Warmtebronnen


Welke warmtebronnen zijn bruikbaar voor een warmtepomp?

Volgende warmtebronnen worden courant ingezet:

Buitenlucht bevat voldoende warmte om zelfs bij koude vriestemperaturen te onttrekken voor de verwarming van een gebouw. Warmtepompen die buitenlucht als warmtebron gebruiken hebben dus steeds een buiten- en een binnentoestel die onderling worden verbonden. In het buitentoestel zit een ventilator die buitenlucht aanzuigt en over de verdamper leidt.

Ventilatielucht uit een woning of lucht afkomstig uit een koelproces is ideaal voor een warmtepomp. Het is goedkoop te benutten en heeft veelal een hogere en constante temperatuur over het jaar. Warmtepompboilers die warmwater kunnen opwarmen maken veelal gebruik van ventilatielucht.

In veel gevallen wordt de bodem aangewend als warmtebron. Vanaf 1m diepte verminderd sterk de invloed van de buitenlucht en zeker op grotere dieptes (geothermie) waarbij met bodemwarmtewisselaars deels uit de grondwaterstroom warmte wordt gehaald, zit je met constante temperaturen rond 10-12°C. De warmte wordt onttrokken via kunststoffen bodemwarmtewisselaars die worden doorstroomd met een glycol mengsel. Deze buizen worden meestal ingeboord in de bodem maar kunnen ook horizontaal worden ingegraven in de tuin. Gezien de hoge aanvoertemperaturen uit de bodem zonder invloed van de buitentemperatuur leveren deze systemen hoge rendementen op. De mogelijkheid van passieve koeling, dat alles onder de grond zit en er geen geluidproductie is maken dat deze systemen populair.

In grote projecten wordt grondwater opgepompt, door de warmtepomp afgekoeld en weer geïnjecteerd in de grond.  In de zomer wordt het systeem meestal omgedraaid en wordt het afgekoelde water gebruikt om te gaan koelen. Deze KWO (Koude Warmte Opslag) systemen zijn haalbaar in een zanderige ondergrond (Kempen).

Kleinschaliger kan er met oppervlaktewater of regenwater worden gewerkt waarbij er meestal kunststoffen warmtewisselaars in het water worden gelegd via de welke er warmte wordt onttrokken.

Sinds enkele jaren wordt er ook gewerkt met PVT modules (photovoltaic–thermal). Dit zijn zonnepanelen waarbij aan de achterzijde een absorber of lucht/water warmtewisselaar wordt geplaatst. De warmte wordt hierbij geleverd deels door de ingevallen zoninstraling op de modules en deels door de buitenlucht. De zonnepanelen worden hierbij dubbel benut en de afkoeling van de modules verhoogt ook de elektrische opbrengst.

Zwarte kunststoffen absorbers worden op de daken of tegen gevels geplaatst en benutten warmte van ingevallen zoninstraling en uit de buitenlucht. Op platte daken kunnen deze makkelijk en goedkoop worden geplaatst. Dergelijke warmtebronnen worden veelal met hybride warmtepompen gecombineerd waarbij vaak tot 0°C buitentemperatuur met de warmtepomp wordt gewerkt en bij lagere temperaturen wordt opgeschakeld op een ketel.

Afvalwarmte komt vrij in talrijke industriële processen en kan met warmtepompen worden opgewaardeerd tot nuttige warmte waarmee thermische cycli kunnen worden gesloten.